Infos Uw mening


24 september 2008
Champions League

Op het moment dat ik deze lijnen schrijf, wordt de eerste speeldag van de Champions League 2008-2009 afgewerkt. Zonder Belgische ploegen. Uiteraard, zou ik bijna stellen, want alleen een blinde met één oog ziet niet hoe lamentabel het gesteld is met het niveau van onze nationale voetbalcompetitie.

Toch blijven grote Belgische bedrijven of de Belgische zetels van multinationals – Fortis, Dexia, Base, om maar die te noemen – geld pompen in voetbalploegen. Akkoord, er zal allicht ook wel enige return tegenover staan. Maar waarom zouden bedrijven van die omvang zich beperken tot het sponsoren van potjestampers die amper vanonder de eigen kerktoren vandaan komen, terwijl er zoveel betere, grotere en vooral prestigieuzere alternatieven zijn?

Neem nu de top van de Belgische autosport. Jérôme D’Ambrosio rijdt naar podiumplaatsen in de GP2, de wachtkamer van de Formule 1. Hij is zelfs de enige rijder die bij de laatste zes races van het seizoen telkens punten scoorde. François Duval mag bij Ford het einde van het seizoen in het wereldkampioenschap afwerken, omdat het team zijn diensten nodig heeft in de strijd om de wereldtitel bij de constructeurs. Freddy Loix doet met Peugeot hetzelfde in de IRC, zeg maar het alternatieve rallywereldkampioenschap.
Iets verderop op de autosportladder rijden Fred Vervisch en Laurens Vanthoor de pannen van het dak in de Duitse F3.

Met uitzondering van rallyfanaat Steven Vergalle en zijn bedrijf Structo – die man verdient een standbeeld – krijgen die jongens eigenlijk geen financiële steun van het Belgische bedrijfsleven. Toch niet de steun waarmee ze tot aan de absolute top kunnen doorstoten. Men vraagt zich af waarom, want hun internationale resultaten zijn een pak beter dan die van onze voetballers en mits een ietwat uitgewerkt communicatieplan kan de return uit de autosport evenveel opleveren als die uit het voetbal. Nu nog iemand vinden die de saaie en platgetreden sponsorpaden wil verlaten.



terug